Wetgeving digitale handtekening in Nederland en Europa

Nederland heeft al jaren de Europese richtlijn met betrekking tot digitale handtekeningen geïmplementeerd. Artikel 15a van het Burgerlijk Wetboek Boek 3 geeft aan dat een elektronische handtekening dezelfde rechtsgevolgen als een handgeschreven handtekening kan hebben.

De Europese eIDAS verordening heeft, met betrekking tot eSignatures,  tot doel om ‘cross border in Europa’  het gebruik van elektronische handtekeningen te vereenvoudigen door een eenduidig eSignature framework for handtekening creatie en verificatie af te spreken. Per 1 juli 2016 is de Europese eIDAS verordening van kracht.

eIDAS Artikel 25: Rechtsgevolgen van elektronische handtekeningen

“Het rechtsgevolg van een elektronische handtekening en de toelaatbaarheid ervan als bewijsmiddel in gerechtelijke procedures mogen niet worden ontkend louter op grond van het feit dat de handtekening elektronisch is of niet aan de eisen voor gekwalificeerde elektronische handtekeningen voldoet.”

(bron: Artikel 25 lid 1 eIDAS)

Door bovenstaand artikel is elk elektronisch ondertekend document toelaatbaar als bewijslast en zal het tijdens een geschil vooral van belang zijn hoe sterk de bewijslast is. Een geavanceerde elektronische handtekening voldoet aan hogere eisen met betrekking tot de bewijslast.

eIDAS Artikel 26: Eisen voor geavanceerde elektronische handtekeningen

Een geavanceerde elektronische handtekening voldoet aan de volgende eisen: zij is op unieke wijze aan de ondertekenaar verbonden;

  1. zij maakt het mogelijk de ondertekenaar te identificeren;
  2. zij komt tot stand met gegevens voor het aanmaken van elektronische handtekeningen die de ondertekenaar, met een hoog vertrouwensniveau, onder zijn uitsluitende controle kan gebruiken, en
  3. zij is op zodanige wijze aan het elektronisch bestand waarop zij betrekking heeft verbonden, dat elke wijziging achteraf van de gegevens kan worden opgespoord;

(bron: Artikel 26 eIDAS)